Het volgende niveau van participatie

Ik ben al (heel) lang van plan een bericht of artikeltje te schrijven over het begrip participatie. Meer bepaald over hoe het doorheen de jaren is geëvolueerd en gaandeweg een andere inhoud heeft gekregen. Eerst waren er de hoorzittingen. Ik herinner me hoe de politiekers van onze gemeente eens kwamen uitleggen wat er ging gebeuren in het dorp. Mensen mochten vragen stellen! Waauw, dat was al heel wat! Gegarandeerd eindigde het in ruzie / debat / geroep of meer van dat fraais. Goede poging, maar het bracht niet veel op. Dan werden de adviesraden uitgevonden, rond sport, bejaarden, cultuur, natuur en meer van dat alles. Er werd werk verricht, adviezen opgesteld, reglementen goedgekeurd en toen liep het een beetje vast… de dynamiek was er uit. Sommigen werden gewoon afgeschaft omdat het toch niet werkte…
Dan waren er de stakeholder processen, begeleid door experten, waar burgers werden gevraagd naar hun mening rond moeilijke thema’s. Sommigen waren verbaasd dat ook ‘gewone’ burgers daar intelligente vragen en antwoorden brachten.

Ondertussen is er ook een volgend niveau, waar de (lokale) overheid het belang gaat inzien van het sociale weefsel en dat als belangrijk(st)e taak ziet. Hierover gaat volgend interview met Peter Block; de auteur van het boek Community: Structure of Belonging. Een goed boek, dat waarschijnlijk het beste boek is om te beschrijven wat Art of Hosting allemaal belangrijk vindt, ook al was dat niet de opzet van het boek.

Jammer genoeg in het Engels…

Reflectie op Open Leerdag – deel 2

vervolg van Rudy Vandamme’s reflectie op de Open Leerdag rond Leven in Transitie van 20 okt.2010

Kennisontwikkeling met Ken Wilber

IMG_3902

De dag begon met het uitleggen van een model, het AQAL model van Ken Wilber. Ik vond dat een zeer goed idee. Een model geeft houvast, het geeft een denkraam en het creëert een soort didactische spanning tussen verzameld materiaal en het model. Ik zie in het combineren van een model en de methodiek van art of hosting een interessant experiment om bestaande kennis te koppelen aan de verzamelde kennis.

Ik denk dat het zeer sterk zou geweest zijn om op het einde van de dag alle verzamelde kennis terug te koppelen aan dat model en zo de cirkel te sluiten. Dan zouden we volgens mij een meer volwaardige Kolbiaanse leercyclus bereikt hebben. Stom dat ik daar eigenlijk pas achteraf aan gedacht had, want er was uiteraard open ruimte genoeg om dat aan te brengen. Ik ben het model kwijtgeraakt in de loop van de dag en ik denk dat de facilitatoren het ook een beetje kwijt waren.

IMG_4104

Het model is echter wel in mij blijven leven, op de achtergrond. Ik zie het nu als mijn grootste leerwinst van de dag hoe dit model samengaat met transitie. Dat wil ik even uitleggen.

’s Morgens werden deelnemers uitgenodigd om op hun kwadrant van voorkeur te staan. Ik ben, samen met twee andere mannen, op een brug gaan staan. Er werd even gelachen – ‘mag dat? Moet je niet in één vakje staan?’ Natuurlijk, wij maken toch de dag, we maken onze kennis…. Ik ben beginnen nadenken over het belang van de bruggenbouwers. Ik denk dat het concept van de bruggenbouwers erg behulpzaam is in de transitie. We hebben mensen nodig die culturele ontwikkeling kunnen oppikken. Er zijn mensen nodig die samen met anderen gehelen kunnen ontwikkelen. Er zijn mensen nodig die hun spiritualiteit kunnen omzetten in daden.

U model ontwikkeld door Otto Scharmer


Ik stond op de brug tussen cultuur en structuur. Ik geef het als voorbeeld om te laten zien hoe Wilberiaanse bruggeningenieurs werken. Mijn specialiteit is het ontwikkelen van denkmodellen, gespreksmethoden en patronen om een ecologisch wereldmodel concreet hanteerbaar te maken voor mensen die in structuren werkzaam zijn (leindinggevenden, leraars, hulpverleners, enz.). Mijn idee is dat patronen de brug vormen tussen cultuur en structuur. Als mensen binnen de structuur kleine verschillen maken op patroonniveau, dan gaat het paradigma kantelen. Een voorbeeld is ‘Theory U’. Als we dat verkocht krijgen als vorm van strategisch denken, dan verander je structuren van management.

Vorkmodel door Rudy Vandamma

Een ander voorbeeld is mijn vorkmodel dat ik verspreid onder dienstverlenende professionals. Als dat simpel modelletje zich op een virale manier zou kunnen gaan verspreiden dan zou ik superblij zijn. Want door het model toe te passen zullen professionals per definitie ecologie integreren in hun werk.

Ik zeg ‘bruggenbouwers’ en ‘kennisontwikkeling’, maar dat is erg mannelijk gedacht natuurlijk. Een beter woord is misschien ‘integrators’, mensen die verschillende posities kunnen innemen en door de gelijktijdigheid ervan, integreren en zo algehele ontwikkeling katalyseren.

Ander voorbeeld als besluit: als we World Café en Open Space zo kunnen bouwen dat het aanvaardbaar wordt als onderwijsvorm dan veranderen we het onderwijs. Daar ben ik nu mee bezig. De kunst is om het nog een beetje te verbouwen zodat het past in het huidig ontwikkelingsstadium van ons gemiddeld onderwijs, management, professionalisme, enzovoort. Ik zoek om iets meer kennisproductie en besluitvorming toe te voegen, iets meer ‘mannelijk’, iets minder proces.

Volgens mij is de Art of Hosting een drager van een mooie culturele ‘nieuwigheid’ (alhoewel al heel oud, maar soit). We hebben niet alleen dienende leiders (‘callers’) nodig. We hebben niet alleen een mycelium nodig. We hebben niet alleen nieuwe concepten en wereldbeelden nodig. We hebben ook patronen nodig die cultuur vertaalt in structuur. Art of hosting is zoiets. Het is een werkvorm dat integreert. Ik ben enthousiast.

Reacties kunnen hieronder – graag! – of naar vandamme.rudy@skynet.be

Reflectie op Open Leerdag – deel 1

Reflectieverslag van Rudy Vandamme, geschreven op 1 november 2010

Ik nam deel aan een erg unieke art of hosting bijeenkomst rond transitie op 20 oktober, georganiseerd door Levend Vlaanderen. Twee vliegen in één klap: enerzijds de methodiek van World Café en Open Space Technology leren kennen, anderzijds mensen ontmoeten uit andere netwerken die ook op één of andere manier begaan zijn met transitie. Het bleek dat onder de vlag van ‘transitie’ een mooie verscheidenheid van individuen en oudere geëngageerde bewegingen zich konden verenigen. Dat op zich was al uniek. Het woord ‘transitie’ werkt.

Ik reed met mijn fiets al zingend naar huis. Zo’n dag geeft veel energie. Nu, twee weken later, kijk ik er naar terug en heb allerlei interessante reflecties. Ook dat ervaar ik als een positief na-effect: zo’n dag geeft veel stof tot nadenken. Bovendien ben ik inzichten aan het integreren in functie van mijn interesse in collaboratieve kenniscreatie in het onderwijs.

Eerst 2 dingen over de methodiek. Daarna 2 dingen over de inhoud, transitie. Daar spin ik graag op verder. Ik schrijf de titels van mijn stukjes een beetje provocatief, vanuit een kritische onderzoekshouding.

World Café en Open Space: vluchtige kennis

Het unieke aan de methode is dat je als deelnemer erg actief bent en heel snel met veel mensen in contact komt rond veel facetten van het onderwerp. Dat is heel wat beter dan een saaie studiedag waar vooraan iemand iets vertelt en ik achteraf besef dat ik nauwelijks mensen ontmoet heb.

Waar de ex cathedra studiedag aan het ene eind zit, zit volgens mij de Open Space en World Café aan het andere eind. Ik zoek het midden. Want ik mis twee dingen op zo’n dag. Ten eerste wordt kennis onvoldoende verankerd en ten tweede heb ik geen ‘relatie’ gelegd. Ik verklaar me nader.

Ik ben alleen maar blij als ik kennis kan consolideren binnen mijn kennisontwikkeling. Vandaar dat het echt noodzakelijk is dat ik schrijf. Ik vraag me af: de deelnemers die na zo’n dag niet schrijven, hoe doen zij aan kennisontwikkeling? Je hebt waarschijnlijk wel iets geleerd. Jazeker, dat is op het einde van de dag op de flappen geschreven. Je kunt dat waarschijnlijk nog reproduceren, maar heb je daarmee jouw kennis ontwikkeld? Ik merk bij mezelf dat als ik niet overga tot schrijven en de inzichten integreer in mijn leerprojecten, het leren allemaal erg vluchtig is.
IMG_3988
Ik ervaar dat het bijwonen van studiedagen en netwerk bijeenkomsten veel energie genereert, maar een beetje teveel het consumentisme in de hand werkt. Deelnemers komen naar zo’n dag, participeren, en stappen daarna terug in hun leven. Om echt een effect te hebben, moet elke deelnemer veel meer aan reflectie doen. Dit zie je ook gebeuren in de vele ‘collaborative learning’ experimenten in scholen. Lekker samenwerken, bla, bla, bla. Maar waar is de cognitieve verankering? Enfin, ik verraad mijn visie op volwaardig leren: actief participeren: ja. Cognitieve verankering niet vergeten en alles wat je mee naar huis neemt systematisch integreren in je groter plaatje van je leven. Ik volg daarin de onderwijsvisie van Bereiter & Scardamalia die in plaats van leren, ‘knowledge building’ centraal stellen. Ik vraag me af met welke bijkomende methode je binnen art of hosting nog beter aan kennisontwikkeling kunt doen, zodat deze methode een kans maakt als onderwijsvorm. Ik vraag me af hoe je deelnemers aan een art of hosting een beetje kunt sturen om enkele principes van co-creatie en ontmoeting te volgen, zodat er meer uit de groepjes kan komen qua kennis. Enfin, dat is mijn interesse. Ik kan me voorstellen dat mensen het zo beter vinden. Er zou teveel druk kunnen ontstaan op resultaten.

World Café en Open Space: vluchtige relaties

Er zijn veel mooie relaties gelegd en zoals het in elke netwerkbijeenkomst gaat, heb ik enkele mooie contacten gelegd. Daarnaast zal ik in de toekomst zeker nog mensen in een andere context tegenkomen, en zo worden relaties op langere termijn gelegd. Misschien ontstaat er later wel iets.

Foto door Rudy Vandamme

Toevallig moet het dan nog zo zijn dat het thema van de bijeenkomst beantwoordt aan de nood aan verbinding. We voelen ons eenzame paddenstoelen. Maar wacht eens even. We zijn nu 2 weken verder. Hoe zit het met die verbindingen? ‘We moeten ons verbinden’ is twee weken later nog maar een flauwe herinnering aan een verlangen dat we niet hard maken. Het bewustzijn groeit natuurlijk, dat is goed. Maar veel meer dan een netwerkbijeenkomst zie ik hier nu niet ontstaan.

De methoden hebben veel meer potentieel dan netwerken. Er is immers systematisch gewerkt, gedialogiseerd en geleerd. Dat is niet niks. Maar zou dit soort bijeenkomsten iets meer kunnen zijn dan een rijke vorm van netwerking? Zou uit zo’n bijeenkomst iets kunnen ontstaan dat voor het transitieveld een grote stap vooruit is? Het lijkt nu in ieder geval van niet.

foto door Rudy Vandamme

We zijn natuurlijk met zijn allen op zoek naar nieuwe manieren van verbinden. Een taakgerichte vergadering, een projectgroep of een vzw oprichten is niet hetgeen we willen gaan doen. We willen wel nog meer verbinden op communicatievlak, echte ontmoetingen. Maar tja, hoe gaan die er komen? Hoe maak je van zo’n bijeenkomst een bouwsteen in een proces? Hoe maak je van een procesmatig gegeven een project?

Volgens mij is één van de sleutels dat in de methoden van Open Space en World Café radicaal gekozen wordt om als organiserende instantie geen relatiepool in te nemen. Toen ik vroeg ‘en wat is de ambitie van het organiserend team?’, dan antwoordde de begeleider iets in het genre van ‘ik leg niets op, het is chaordisch, we zien wel’.

Ik vind dat enerzijds een krachtige en juiste houding: zien wat er zich aandient, maar anderzijds mis ik een relatiepool waar ik me toe kan verhouden. Als iemand of een team zou zeggen: ‘wij doen dit, doe je mee?’ dan zul je merken dat veel mensen zullen meedoen. Maar er is een principe in de methoden wat maakt dat men persé geen autoriteit inneemt. Daardoor moet het allemaal ‘vanuit de groep komen’. De begeleiders zeggen zich ook op te stellen als deelnemers of als facilitator. Het is dus wachten tot er bottom up, iets ontstaat (emergency). We wachten… Ik ben daar sceptisch rond. Want dan wacht je eigenlijk op een ramp die de urgentie dermate vergroot dat er plots van alles zal ontstaan.

Het feit dat het organiserend team vooral ook met de methode bezig is, en niet enkel met het onderwerp ‘transitie’, verklaart misschien ook wel dat zij zich niet opstellen als een medespeler in het transitieveld. I don’t know. Ze hebben zich niet echt laten kennen. Het team leek een zeer liefdevol toegewijde groep individuen.

Thema: Eenzame paddenstoelen voelen geen verbinding

Een aantal mensen voelen zich als eenzame paddenstoelen, vechtend en werkend in hun context om een verschil te maken. Er komt nogal eens vermoeidheid en burn-out voor bij de voorvechters. We gebruikten de metafoor van de paddenstoel om de vraag te stellen: hoe kun je als eenzame paddenstoel je energie halen uit de ondergrondse verbondenheid met andere culturele creatievelingen?

Mensen die kiezen om niet meer mee te lopen op de verouderde paden, merken dat er nog geen pad geëffend is om volwaardig te leven in het transitie tijdperk. We leven in een vrijemarkteconomie en het individu kan het dan wel anders willen doen, maar niemand zit op je te wachten. Ik zie in mijn netwerken onnoemelijk veel voorbeelden van getalenteerde mensen die geen weg zien, kleine dingen proberen, maar niet echt doorpakken. Een veel voorkomende vraag is dan ook ‘hoe kan ik met transitie geld verdienen?’ Niemand weet daar het antwoord op en het is betwijfelbaar of er geld van bovenuit zal komen. We zullen het moeten hebben van eigen ondernemerschap, personal branding en zo. Maar het is niet simpel.

De metafoor werd gelanceerd van de paddenstoel die verlangt om zich verbonden te voelen met andere paddenstoelen. Energie kan voortkomen uit verbondenheid. Het helpt, dat klopt. Als je in gezelschap bent dat je niet erkent in je eigenste waarden, geraak je je energie kwijt. Het meest evidente is dus, om gelijkgezinden op te zoeken. Maar volgens mij ligt het patroon dat in transitie moet komen nog iets dieper. Het gebrek aan energie en motivatie gaat niet over een sociaal isolement, het gaat over een ecologisch isolement. We zijn met zeer weinig dingen echt verbonden. Daarvoor leven we te snel. Onze neurologie is ingesteld om zich te voeden aan verbindingen als er zekere traagheid en stilte is. Als je te snel rijdt met je wagen van punt A naar B, dan ben je niet aanwezig – energie verlies. Als je je kinderen snel goeiedag zegt, als je te snel eet, als je te snel van alles en nog wat doet – energieverlies. Op vakantie zeg je dan ‘hé hé’ en adem je dieper door. Je energie heb je tijdens een vakantie zo terug. Daar ligt een sleutel. Als we trager leven en echt verbonden zijn met het zintuiglijke van het leven, dan heb je energie zat om het vol te houden.

Het gaat dus niet over contact met mensen, maar over alle contact. Met je lijf, met de lakens op je bed, de geuren van je eten, het uitzicht op groen, de regen echt voelen, diep ademen. Ik heb zelf mogen meemaken tijdens mijn sabbatical hoe de processen van Joanna Macy, ‘the work that reconnects’, bij mij een onvoorstelbaar nieuwe laag heeft aangeboord van contact met alles rondom mij en in mij. Terug leren voelen. Een paddenstoel die zegt eenzaam te zijn, heeft blijkbaar geen voeling met zijn wortels en het mycelium onder de grond. Dat is geen fout van dat mycelium maar van de paddenstoel die zich in zijn ervaring ontaardt.

Als ik naar succesvoorbeelden kijk van mensen die hun weg vinden, dan denk ik: alleen als je werkelijk met al je emoties doorpakt en tot sterk persoonlijk leiderschap komt, ga je het maken. De wereld wacht op sterke mensen, op krijgers. Niet de leider met een leuke spiritueel getinte visie, maar iemand die verontwaardigd kan zijn, iemand die durft impact hebben op anderen, iemand die zich lastig maakt, iemand die risico neemt, iemand die jarenlang zwarte sneeuw ziet maar wel gaat voor zijn weg. Als je dingen doet die je echt graag doet, heb je energie zat. Ik ben ervan overtuigd dat er individueel mooi werk te doen is om door emotionele processen te gaan en zo tot persoonlijk leiderschap te komen.

Thema: We hebben het gehad met structuren

In de transition town beweging ervaar ik op dit moment een vertraging, omdat we weigeren om taakgericht te vergaderen of structuur op te zetten zoals een vereniging. In Oostende waar we een transitiegroepje hebben, ervaren we veel goesting. We hebben er lol in. Maar een meer systematische aanpak ontstaat er nog niet. Ook Rudy Dhondt rapporteert zijn weerstand om een vzw op te richten. We hebben het gehad met structuren. Hoeveel mensen hoor ik niet zeggen: ‘de politiek, dat werkt niet meer’. ‘De economie dat is een verrotte boel aan de top’. Waar ik tien jaar geleden nog hoorde ‘we kunnen er niets aan doen, we zijn onmachtig’, hoor ik nu een hoofdschuddende meewarigheid. Er is een indrukwekkende vooruitgang in de emotie ten aanzien van structuren. Mensen hebben nu helemaal hun vertrouwen verloren in structuren. We geloven er niet meer in. We beseffen maar al te goed dat de oplossing niet meer van bovenuit zal komen. Er ontstaat een enorm groot leeg gebied in de sturing. Vandaar de vraag: ‘tja, wat nu?’

In transitie wachten we niet, we zijn in proces. Om te beginnen individueel, we doen aan zelfontwikkeling. Vervolgens ook in netwerken, in groep. We vinden elkaar, maar we durven geen structuur opzetten, we willen geen verkeerde stap zetten. We hebben geen zin om weer als een kip zonder kop onszelf in een taakgerichte samenwerking te zetten om na een jaar te merken ‘ik ben moe’.

Daarnaast zijn er ook heel wat stafmedewerkers en onderzoekers die binnen de structuren een verschil proberen te maken. Maar dat blijkt Don Quichotte werk te zijn. Ik bewonder het gevecht dat individuen leveren om in hun complexe organisatorische context een verschil te maken. Mensen die geïnspireerd zijn, zetten een toon neer. Het zijn ‘callers’ zoals Eric Mathijs ze noemt. Hefboompersonen durven hun stem uitbrengen en hebben een magnetische uitwerking op anderen.

Op dit moment kunnen we eigenlijk zeggen: er zijn schitterende ideeën zat. Er zijn meer en meer mensen die van alles in gang zetten. Maar dan komt het punt dat je ingepast wordt in bestaande maatschappelijke structuren die volledig verouderd zijn om de nieuwe patronen van politiek en organisatie vorm te geven. Je zou denken, het idee is goed, we doen het. Maar dan kom je in structuren terecht.

Ik heb sterke verhalen gehoord, hoe iemand iets wil doen maar dan merkt dat het eigenlijk onmogelijk gemaakt wordt door de wetgeving. Ik hoorde het voorbeeld van de wijkwerking. Zou het kunnen om met een wijk aan minipolitiek te doen? Dan heb je even geen rekening gehouden met allerlei wetten en verordeningen. Ivo Bols gaf het voorbeeld dat hij in zijn bedrijf zijn wagenpark op basis van autodelen organiseert. Dat is eigenlijk vrij vlug in te voeren. In plaats van iedereen één wagen, enkele wagens voor iedereen. Maar dan komt de belasting kijken: ‘hé wacht eens even, hoe moet dat qua taksen, hoe gaan we dat belasten?’ Ander voorbeeld in de Letswerking; het idee is schitterend: laten we van alles ruilen. ‘Hé wacht eens even, is dit geen zwartwerk, moeten die mensen dan ook hun werkloosheidsuitkering niet afgeven?’ Nog een voorbeeld op internationaal niveau: na Kopenhagen weten we dat de vertegenwoordiging van de ‘staat’ niet werkt om mondiale uitdagingen aan te pakken. Maar arme Obama, weliswaar een inspirerend figuur, zoals Gorbatjov indertijd, maar hij zit muurvast.

De gevechten die mensen leveren om vervolgens via onderhandelingen wetten te wijzigen, zijn gigantisch. Kleine overwinningen doen het wel, maar de weg is lang. Zijn die gevechten de weg, of zal er op een bepaald moment meer chaos ontstaan of urgentie aanwezig zijn, om even veel vlugger te gaan kiezen voor de ideeën die sowieso toch de toekomst zullen worden?

Ik heb geen antwoord. Maar ik kijk met mijn derde oog wel nieuwsgierig rond: Waar zie ik nieuwe patronen ontstaan die proces en project verbinden, die cultuur en structuur verbinden, die individu en gemeenschap verbinden? En zo ben ik aan beland bij onze Ken Wilber.

(zie vervolg in volgend blog bericht!)

De warme kracht van wakkere burgers

Ze bestaan. De steden die hun burgers betrekken. De ambtenaren die werken met nieuwe vormen van participatie. De burgers die zich geroepen voelen en vrijwillig hun verantwoordelijkheid opnemen. Akkoord, ze staan nog niet in het centrum van de aandacht. En ze hebben ook nog niet het magische aantal van de kritische massa bereikt. Maar ze bestaan, en ze verzetten bergen.

In Genk bijvoorbeeld, waar het voorbije jaar meer dan 40 Genkse burgers en ambtenaren van heel diverse achtergronden samen hun mede-Genkenaren ‘uitdaagden’ tot goede gesprekken over de samenleving. De stad deed beroep op het bureau Change Designers om deze mensen op te leiden en het proces vorm te geven. Het gevolg: participatieve methodieken zoals cirkelgesprekken, Open Space Technologie en World Café zijn voor deze uitdagers en de betrokken stadsdienst geen loze woorden meer. Ze passen het gewoon toe, op hun eigen, creatieve manier, aangepast aan hun unieke context. En genieten daarbij van de onwaarschijnlijk warme steun van hun mede-‘Genks’.

Als co-initiator en begeleider van deze groep heb ik wondere dingen beleefd. Ik zag hoe mensen open bloeiden, hoe ze talenten in zichzelf en de ander ontdekten die ze nooit hadden vermoed, ik beleefde hun dieptepunten en de euforie van hun successen, wentelde me in de toenemende warmte van de groep, huilde mee wanneer het moeilijk liep en genoot van hun vertrouwen en hun vastberadenheid om dit project te doen slagen. En bovenal: ik merkte hoe ik zelf groeide in dit alles, naar meer diepgang, meer inzichten, meer samenwerking, meer lef om te zien wat gezien moet worden en te doen wat gedaan moet worden.

In september 2010 is de ‘tweede lichting uitdagers’ begonnen – een groep die zich gaandeweg nog verder uitbreidt. Niet dat de pioniers ermee ophielden: velen van hen blijven actief bezig, steken zelfs nog een tandje bij door meer te gaan focussen op heterogene gesprekken en groepen die ze nog niet bereikten. Belangrijk is ook de inbedding van de oogst uit die gesprekken in de realiteit van het stadsbestuur. Dat is dan ook de focus van 2011: de twee sporen – burgers enerzijds en stadsdiensten anderzijds – in elkaar vervlechten aan de hand van grote convergerende open tafelgesprekken. Gedragen en begeleid door De Genks.

‘Eenmaal een uitdager, altijd een uitdager’, zeggen we wel eens al lachend in de groep. En dat klopt. ‘De Genks’ doet iets met je. Het verandert je kijk op het leven van alledag. Het werkt aanstekelijk. Ook al blijft het hard trekken aan de tergend traag veranderende maatschappij, ‘De Genks’ halen hun drijfkracht uit de wetenschap en de proefondervindelijke ervaring dat het mogelijk is om van een groep vreemden met uiteenlopende meningen een warme gemeenschap te maken die in niets hoeft in te boeten aan diversiteit.

Zie ook www.degenks.be
De Genks op facebook

Stien


Hier is een foto-verslag van Café Verwondering rond De Genks.