Reflectie op Open Leerdag – deel 1

Reflectieverslag van Rudy Vandamme, geschreven op 1 november 2010

Ik nam deel aan een erg unieke art of hosting bijeenkomst rond transitie op 20 oktober, georganiseerd door Levend Vlaanderen. Twee vliegen in één klap: enerzijds de methodiek van World Café en Open Space Technology leren kennen, anderzijds mensen ontmoeten uit andere netwerken die ook op één of andere manier begaan zijn met transitie. Het bleek dat onder de vlag van ‘transitie’ een mooie verscheidenheid van individuen en oudere geëngageerde bewegingen zich konden verenigen. Dat op zich was al uniek. Het woord ‘transitie’ werkt.

Ik reed met mijn fiets al zingend naar huis. Zo’n dag geeft veel energie. Nu, twee weken later, kijk ik er naar terug en heb allerlei interessante reflecties. Ook dat ervaar ik als een positief na-effect: zo’n dag geeft veel stof tot nadenken. Bovendien ben ik inzichten aan het integreren in functie van mijn interesse in collaboratieve kenniscreatie in het onderwijs.

Eerst 2 dingen over de methodiek. Daarna 2 dingen over de inhoud, transitie. Daar spin ik graag op verder. Ik schrijf de titels van mijn stukjes een beetje provocatief, vanuit een kritische onderzoekshouding.

World Café en Open Space: vluchtige kennis

Het unieke aan de methode is dat je als deelnemer erg actief bent en heel snel met veel mensen in contact komt rond veel facetten van het onderwerp. Dat is heel wat beter dan een saaie studiedag waar vooraan iemand iets vertelt en ik achteraf besef dat ik nauwelijks mensen ontmoet heb.

Waar de ex cathedra studiedag aan het ene eind zit, zit volgens mij de Open Space en World Café aan het andere eind. Ik zoek het midden. Want ik mis twee dingen op zo’n dag. Ten eerste wordt kennis onvoldoende verankerd en ten tweede heb ik geen ‘relatie’ gelegd. Ik verklaar me nader.

Ik ben alleen maar blij als ik kennis kan consolideren binnen mijn kennisontwikkeling. Vandaar dat het echt noodzakelijk is dat ik schrijf. Ik vraag me af: de deelnemers die na zo’n dag niet schrijven, hoe doen zij aan kennisontwikkeling? Je hebt waarschijnlijk wel iets geleerd. Jazeker, dat is op het einde van de dag op de flappen geschreven. Je kunt dat waarschijnlijk nog reproduceren, maar heb je daarmee jouw kennis ontwikkeld? Ik merk bij mezelf dat als ik niet overga tot schrijven en de inzichten integreer in mijn leerprojecten, het leren allemaal erg vluchtig is.
IMG_3988
Ik ervaar dat het bijwonen van studiedagen en netwerk bijeenkomsten veel energie genereert, maar een beetje teveel het consumentisme in de hand werkt. Deelnemers komen naar zo’n dag, participeren, en stappen daarna terug in hun leven. Om echt een effect te hebben, moet elke deelnemer veel meer aan reflectie doen. Dit zie je ook gebeuren in de vele ‘collaborative learning’ experimenten in scholen. Lekker samenwerken, bla, bla, bla. Maar waar is de cognitieve verankering? Enfin, ik verraad mijn visie op volwaardig leren: actief participeren: ja. Cognitieve verankering niet vergeten en alles wat je mee naar huis neemt systematisch integreren in je groter plaatje van je leven. Ik volg daarin de onderwijsvisie van Bereiter & Scardamalia die in plaats van leren, ‘knowledge building’ centraal stellen. Ik vraag me af met welke bijkomende methode je binnen art of hosting nog beter aan kennisontwikkeling kunt doen, zodat deze methode een kans maakt als onderwijsvorm. Ik vraag me af hoe je deelnemers aan een art of hosting een beetje kunt sturen om enkele principes van co-creatie en ontmoeting te volgen, zodat er meer uit de groepjes kan komen qua kennis. Enfin, dat is mijn interesse. Ik kan me voorstellen dat mensen het zo beter vinden. Er zou teveel druk kunnen ontstaan op resultaten.

World Café en Open Space: vluchtige relaties

Er zijn veel mooie relaties gelegd en zoals het in elke netwerkbijeenkomst gaat, heb ik enkele mooie contacten gelegd. Daarnaast zal ik in de toekomst zeker nog mensen in een andere context tegenkomen, en zo worden relaties op langere termijn gelegd. Misschien ontstaat er later wel iets.

Foto door Rudy Vandamme

Toevallig moet het dan nog zo zijn dat het thema van de bijeenkomst beantwoordt aan de nood aan verbinding. We voelen ons eenzame paddenstoelen. Maar wacht eens even. We zijn nu 2 weken verder. Hoe zit het met die verbindingen? ‘We moeten ons verbinden’ is twee weken later nog maar een flauwe herinnering aan een verlangen dat we niet hard maken. Het bewustzijn groeit natuurlijk, dat is goed. Maar veel meer dan een netwerkbijeenkomst zie ik hier nu niet ontstaan.

De methoden hebben veel meer potentieel dan netwerken. Er is immers systematisch gewerkt, gedialogiseerd en geleerd. Dat is niet niks. Maar zou dit soort bijeenkomsten iets meer kunnen zijn dan een rijke vorm van netwerking? Zou uit zo’n bijeenkomst iets kunnen ontstaan dat voor het transitieveld een grote stap vooruit is? Het lijkt nu in ieder geval van niet.

foto door Rudy Vandamme

We zijn natuurlijk met zijn allen op zoek naar nieuwe manieren van verbinden. Een taakgerichte vergadering, een projectgroep of een vzw oprichten is niet hetgeen we willen gaan doen. We willen wel nog meer verbinden op communicatievlak, echte ontmoetingen. Maar tja, hoe gaan die er komen? Hoe maak je van zo’n bijeenkomst een bouwsteen in een proces? Hoe maak je van een procesmatig gegeven een project?

Volgens mij is één van de sleutels dat in de methoden van Open Space en World Café radicaal gekozen wordt om als organiserende instantie geen relatiepool in te nemen. Toen ik vroeg ‘en wat is de ambitie van het organiserend team?’, dan antwoordde de begeleider iets in het genre van ‘ik leg niets op, het is chaordisch, we zien wel’.

Ik vind dat enerzijds een krachtige en juiste houding: zien wat er zich aandient, maar anderzijds mis ik een relatiepool waar ik me toe kan verhouden. Als iemand of een team zou zeggen: ‘wij doen dit, doe je mee?’ dan zul je merken dat veel mensen zullen meedoen. Maar er is een principe in de methoden wat maakt dat men persé geen autoriteit inneemt. Daardoor moet het allemaal ‘vanuit de groep komen’. De begeleiders zeggen zich ook op te stellen als deelnemers of als facilitator. Het is dus wachten tot er bottom up, iets ontstaat (emergency). We wachten… Ik ben daar sceptisch rond. Want dan wacht je eigenlijk op een ramp die de urgentie dermate vergroot dat er plots van alles zal ontstaan.

Het feit dat het organiserend team vooral ook met de methode bezig is, en niet enkel met het onderwerp ‘transitie’, verklaart misschien ook wel dat zij zich niet opstellen als een medespeler in het transitieveld. I don’t know. Ze hebben zich niet echt laten kennen. Het team leek een zeer liefdevol toegewijde groep individuen.

Thema: Eenzame paddenstoelen voelen geen verbinding

Een aantal mensen voelen zich als eenzame paddenstoelen, vechtend en werkend in hun context om een verschil te maken. Er komt nogal eens vermoeidheid en burn-out voor bij de voorvechters. We gebruikten de metafoor van de paddenstoel om de vraag te stellen: hoe kun je als eenzame paddenstoel je energie halen uit de ondergrondse verbondenheid met andere culturele creatievelingen?

Mensen die kiezen om niet meer mee te lopen op de verouderde paden, merken dat er nog geen pad geëffend is om volwaardig te leven in het transitie tijdperk. We leven in een vrijemarkteconomie en het individu kan het dan wel anders willen doen, maar niemand zit op je te wachten. Ik zie in mijn netwerken onnoemelijk veel voorbeelden van getalenteerde mensen die geen weg zien, kleine dingen proberen, maar niet echt doorpakken. Een veel voorkomende vraag is dan ook ‘hoe kan ik met transitie geld verdienen?’ Niemand weet daar het antwoord op en het is betwijfelbaar of er geld van bovenuit zal komen. We zullen het moeten hebben van eigen ondernemerschap, personal branding en zo. Maar het is niet simpel.

De metafoor werd gelanceerd van de paddenstoel die verlangt om zich verbonden te voelen met andere paddenstoelen. Energie kan voortkomen uit verbondenheid. Het helpt, dat klopt. Als je in gezelschap bent dat je niet erkent in je eigenste waarden, geraak je je energie kwijt. Het meest evidente is dus, om gelijkgezinden op te zoeken. Maar volgens mij ligt het patroon dat in transitie moet komen nog iets dieper. Het gebrek aan energie en motivatie gaat niet over een sociaal isolement, het gaat over een ecologisch isolement. We zijn met zeer weinig dingen echt verbonden. Daarvoor leven we te snel. Onze neurologie is ingesteld om zich te voeden aan verbindingen als er zekere traagheid en stilte is. Als je te snel rijdt met je wagen van punt A naar B, dan ben je niet aanwezig – energie verlies. Als je je kinderen snel goeiedag zegt, als je te snel eet, als je te snel van alles en nog wat doet – energieverlies. Op vakantie zeg je dan ‘hé hé’ en adem je dieper door. Je energie heb je tijdens een vakantie zo terug. Daar ligt een sleutel. Als we trager leven en echt verbonden zijn met het zintuiglijke van het leven, dan heb je energie zat om het vol te houden.

Het gaat dus niet over contact met mensen, maar over alle contact. Met je lijf, met de lakens op je bed, de geuren van je eten, het uitzicht op groen, de regen echt voelen, diep ademen. Ik heb zelf mogen meemaken tijdens mijn sabbatical hoe de processen van Joanna Macy, ‘the work that reconnects’, bij mij een onvoorstelbaar nieuwe laag heeft aangeboord van contact met alles rondom mij en in mij. Terug leren voelen. Een paddenstoel die zegt eenzaam te zijn, heeft blijkbaar geen voeling met zijn wortels en het mycelium onder de grond. Dat is geen fout van dat mycelium maar van de paddenstoel die zich in zijn ervaring ontaardt.

Als ik naar succesvoorbeelden kijk van mensen die hun weg vinden, dan denk ik: alleen als je werkelijk met al je emoties doorpakt en tot sterk persoonlijk leiderschap komt, ga je het maken. De wereld wacht op sterke mensen, op krijgers. Niet de leider met een leuke spiritueel getinte visie, maar iemand die verontwaardigd kan zijn, iemand die durft impact hebben op anderen, iemand die zich lastig maakt, iemand die risico neemt, iemand die jarenlang zwarte sneeuw ziet maar wel gaat voor zijn weg. Als je dingen doet die je echt graag doet, heb je energie zat. Ik ben ervan overtuigd dat er individueel mooi werk te doen is om door emotionele processen te gaan en zo tot persoonlijk leiderschap te komen.

Thema: We hebben het gehad met structuren

In de transition town beweging ervaar ik op dit moment een vertraging, omdat we weigeren om taakgericht te vergaderen of structuur op te zetten zoals een vereniging. In Oostende waar we een transitiegroepje hebben, ervaren we veel goesting. We hebben er lol in. Maar een meer systematische aanpak ontstaat er nog niet. Ook Rudy Dhondt rapporteert zijn weerstand om een vzw op te richten. We hebben het gehad met structuren. Hoeveel mensen hoor ik niet zeggen: ‘de politiek, dat werkt niet meer’. ‘De economie dat is een verrotte boel aan de top’. Waar ik tien jaar geleden nog hoorde ‘we kunnen er niets aan doen, we zijn onmachtig’, hoor ik nu een hoofdschuddende meewarigheid. Er is een indrukwekkende vooruitgang in de emotie ten aanzien van structuren. Mensen hebben nu helemaal hun vertrouwen verloren in structuren. We geloven er niet meer in. We beseffen maar al te goed dat de oplossing niet meer van bovenuit zal komen. Er ontstaat een enorm groot leeg gebied in de sturing. Vandaar de vraag: ‘tja, wat nu?’

In transitie wachten we niet, we zijn in proces. Om te beginnen individueel, we doen aan zelfontwikkeling. Vervolgens ook in netwerken, in groep. We vinden elkaar, maar we durven geen structuur opzetten, we willen geen verkeerde stap zetten. We hebben geen zin om weer als een kip zonder kop onszelf in een taakgerichte samenwerking te zetten om na een jaar te merken ‘ik ben moe’.

Daarnaast zijn er ook heel wat stafmedewerkers en onderzoekers die binnen de structuren een verschil proberen te maken. Maar dat blijkt Don Quichotte werk te zijn. Ik bewonder het gevecht dat individuen leveren om in hun complexe organisatorische context een verschil te maken. Mensen die geïnspireerd zijn, zetten een toon neer. Het zijn ‘callers’ zoals Eric Mathijs ze noemt. Hefboompersonen durven hun stem uitbrengen en hebben een magnetische uitwerking op anderen.

Op dit moment kunnen we eigenlijk zeggen: er zijn schitterende ideeën zat. Er zijn meer en meer mensen die van alles in gang zetten. Maar dan komt het punt dat je ingepast wordt in bestaande maatschappelijke structuren die volledig verouderd zijn om de nieuwe patronen van politiek en organisatie vorm te geven. Je zou denken, het idee is goed, we doen het. Maar dan kom je in structuren terecht.

Ik heb sterke verhalen gehoord, hoe iemand iets wil doen maar dan merkt dat het eigenlijk onmogelijk gemaakt wordt door de wetgeving. Ik hoorde het voorbeeld van de wijkwerking. Zou het kunnen om met een wijk aan minipolitiek te doen? Dan heb je even geen rekening gehouden met allerlei wetten en verordeningen. Ivo Bols gaf het voorbeeld dat hij in zijn bedrijf zijn wagenpark op basis van autodelen organiseert. Dat is eigenlijk vrij vlug in te voeren. In plaats van iedereen één wagen, enkele wagens voor iedereen. Maar dan komt de belasting kijken: ‘hé wacht eens even, hoe moet dat qua taksen, hoe gaan we dat belasten?’ Ander voorbeeld in de Letswerking; het idee is schitterend: laten we van alles ruilen. ‘Hé wacht eens even, is dit geen zwartwerk, moeten die mensen dan ook hun werkloosheidsuitkering niet afgeven?’ Nog een voorbeeld op internationaal niveau: na Kopenhagen weten we dat de vertegenwoordiging van de ‘staat’ niet werkt om mondiale uitdagingen aan te pakken. Maar arme Obama, weliswaar een inspirerend figuur, zoals Gorbatjov indertijd, maar hij zit muurvast.

De gevechten die mensen leveren om vervolgens via onderhandelingen wetten te wijzigen, zijn gigantisch. Kleine overwinningen doen het wel, maar de weg is lang. Zijn die gevechten de weg, of zal er op een bepaald moment meer chaos ontstaan of urgentie aanwezig zijn, om even veel vlugger te gaan kiezen voor de ideeën die sowieso toch de toekomst zullen worden?

Ik heb geen antwoord. Maar ik kijk met mijn derde oog wel nieuwsgierig rond: Waar zie ik nieuwe patronen ontstaan die proces en project verbinden, die cultuur en structuur verbinden, die individu en gemeenschap verbinden? En zo ben ik aan beland bij onze Ken Wilber.

(zie vervolg in volgend blog bericht!)

3 comments

  1. Bedankt Stef en Anita voor jullie reacties! Zo zien we het graag!

    Ik voel de energie groeien om ons echt met een centrale brandende vraag in Vlaanderen bezig te houden!
    Nog aan Anita: je hebt helemaal gelijk rond die brandende vraag trouwens, zie mijn reactie op Rudy’s tweede deel!

  2. Ria, Rudy, Stef en alle andere deelnemers,

    Leuk om er toch nog weer eens bij stil te staan en verschillende reflecties te horen. Een consultant stelde mij enkele dagen na de workshop de vraag: wat heb je nu gehad aan die dag? Wat denk je van die methode, is die bruikbaar voor het bedrijfsleven?
    Ik heb zowel deelgenomen aan de dag rond participatie als rond transitie en ik voel dat ik me die beide dagen vooral laten meenemen heb door het proces en me weinig gefocust heb op de inhoud. Ik heb me vooral gefocust op wat het proces doet met de anderen en mezelf, op wat het effect is om op die manier met de materie bezig te zijn. Wat is de impact op het individu en de groep, op mezelf als je vooral gelijkheid tussen de individuen neerzet, als je het kader neerzet : iedereen heeft iets zinvols in te brengen, breng je eigen creativiteit en passie in en geef die vorm via allerlei vormen, woorden, kleuren, en brij verder aan de vorige inbrengen, het stimuleren van rechter- en linker hersenhelft samen, het inbrengen van alle zintuigen, samen co-creëren aan een gedeelde passie, waarnemen hoe de kinesthetisch ingestelden andere behoeften hebben om bij het proces te blijven dan de visueel en auditief ingestelden, sommigen verliezen zich in woorden, anderen hebben juist zeer veel woorden nodig om zich te kunnen uiten, sommigen hebben momenten van stilte nodig om het te kunnen behappen, anderen willen vooral meer en dieper. Vaststellen dat dit totale pallet van voorkeuren het geheel verrijkt, het spel van volgen en leiden, en ook telkens een stukje eigen proces dat om aandacht vraagt.
    En wat bij mij bovenkwam om nog een stuk dieper de inhoud en het proces te verankeren bij de verschillende individuen : om naast woorden dit ook te laten uiten via een gebaar, een beweging, een geluid, een beeld, vorm of om het even welke vorm van creatieve expressie dat op dat moment bij het individu naar boven komt, omdat we dan een rijkere verankering krijgen op het onbewuste niveau. Ik kan Rudy wel een stuk volgen dat wat de cognitieve verankering van de inhoud betreft, de afsluiting misschien meer kapstokken kan aanrijken.
    Wat de inhoud betreft, is me vooral bijgebleven dat transitie vanzelf ontstaat als we de moed hebben om zoveel mogelijk onze passie te leven en in te brengen in de wereld, dat de wereld beter wordt als we allemaal onze eigen authentieke zelf zoveel mogelijk durven uit te drukken, in woorden en daden en ons niet laten beperken door structuren. Ik werd zo geraakt door het mooie van al die passies van ons allemaal. Wat kunnen we samen doen om die structuren van binnenuit dienend te maken aan al die mooie passies om de wereld beter te maken in plaats van ons nog steeds een stuk te laten verknechten door structuren die al lang niemand meer dienen? Ik heb ooit mijn strijd geleverd om structuren van binnenuit te veranderen en ik werd er heel moe van. Ik heb hierdoor het gevoel gekregen dat strijd niet echt de methode is die bij mij werkt om verandering te creëren, ik kan wel impact hebben door mijn passie te laten afstralen doorheen daden en hierdoor dan model te zijn voor anderen, anderen te inspireren.
    Wat me na die 2 dagen ook opgevallen is, om de oogst bij de open space technology op zo’n kort tijdsbestek zo rijk mogelijk te laten zijn, is het nodig om een concrete, afgebakende beginvraag te stellen. Ik heb me al 2 keer laten meeslepen door een brede vraag en dan gaat de discussie zo alle kanten uit, wordt het zo breed, dat het geen diepgang oplevert.
    En om de vraag te beantwoorden die de consultant me stelde: het is de beginvraag die de oogst van de inhoud bepaalt en op deze reflectie dagen rond een bepaald onderwerp is die zeer breed om vooral ieders inbreng te kunnen ondervangen en dus is het voor mij minder diepgaand op de inhoud. Als ik deze methode zou toepassen in het bedrijfsleven zou ik vertrekken van een brandende vraag die leeft in die context, zodat het ook iets concreets en meer uitgediept zou opleveren rond de inhoud.
    Wat het proces betreft, neemt het mij helemaal mee, ik kan er me helemaal in vinden.

    Anita

  3. Rudy,

    Heel erg bedankt voor je verslag en je bedenkingen. Het heeft me heel veel deugd gedaan om ze te lezen en ik voel me geïnspireerd. Ik volg je gedachten: we moeten niet bang zijn om ook een stap te zetten naar structuren die verbondenheid vorm geven, die kunnen helpen om met al die energie, al die goede ideeën effectief iets te doen. Want ik voel een beetje dezelfde frustratie als jij: schitterende dag, goede ideeën, heel veel leuke mensen, nieuwe contacten … en dan. Maar ik moet naar mezelf kijken. Ik ben het geweest die heeft opgeroepen om de bestaande netwerken die aanwezig waren (Netwerk Participatie, Koningsmolen, Art of Hosting) verder te verbinden, te laten groeien (niet makkelijk want elk netwerk is iemands kindje en verbinden is ook een stukje loslaten wat je misschien eerst voor ogen had). Maar dat vraagt dus ook dat ik initiatief neem, dat ik bel, schrijf, mail,…

    En dan raakt mij persoonlijk heel erg hetgeen je schrijft over ‘tijd nemen’, ‘beleven wat en hoe je leeft’ en denk ik: ik ben de opponent van wat je bedoelt: rennen van hier naar daar, ondernemen, projecten aanpakken en zelf maken, mijn gezin waar ik ook voldoende tijd in wil stoppen. Neem ik dan voldoende tijd, is de energie die ik denk te krijgen (die ik ook echt wel voel) niet minimaal in vergelijking met de energie die ik écht zou kunnen krijgen?

    En dan komt de spanning dus opzetten tussen dat initiatief nemen en tijd nemen voor mezelf, tussen prioriteit geven aan wat je allemaal wil doen (want het aanbod is zo groot) en wat je ‘moet’ doen, tussen ‘betaald werken’ en de dingen doen waarin je gelooft en die niet of minder geld opbrengen (en dat in mijn ogen ook niet mogen, want ‘betaalde’ zaken verliezen een aantal waarden).

    Moraal van het verhaal: ik zet mijn zoektocht naar verbondenheid tussen netwerken verder maar eerst mijn slides voor morgen afmaken!

    Groet
    Stef

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *